Ik draag al dagenlang niet mijn eigen ondergoed, en Manon schept volle lepels chocolademousse mijn mond in. Ik denk aan hoe mijn moeder me ooit vertelde dat jezelf in slaap huilen soms ook bij de liefde hoort, maar ik weiger daaraan toe te geven zo lang ik vrienden heb die begrijpen dat naar huis gaan soms geen optie is.
Ik ben ook altijd nieuwsgierig naar de gezichten achter anonieme vragen.
Het was ook een gelukkig moment. Er waren nieuwe vriendschappen, warme koppen koffie en koude biertjes, een meisje wat soms naar me lachte alsof wij samen een geheim deelden. Ik denk nog vaak aan de zweedse puzzels, jouw hand in mijn jaszak. Ben je oke?
Het gaat best oké, ik beklom bergen in Finland, en verhuisde naar België om de rust te vinden. Ik vergeet de meisjes nooit.
Ik denk nog vaak aan de nacht dat we dronken op ons platte dak zaten, en ik er niet meer af durfde. Hoe jij van het dak sprong om me te laten zien dat er niks ergs kon gebeuren. Maar jij brak je arm, en samen zaten we tot half zeven ‘s ochtends op de eerste hulp.
Toen we daarna samen ons bed in kropen, en jij me lachend zei ‘maar je bent wel van dat dak afgekomen’, realiseerde ik me dat er inderdaad niks ergs kon gebeuren. Ik had jou. (ik had jou)
Ik denk aan alle leugens die ik meisjes ooit verteld heb en zeg mezelf dat het niet erg is. Niemand is eerlijk op het toilet van hun stamkroeg, wanneer ze bier bestellen aan de bar op een festival, of in de sms'jes van de dag erna.
Ik zoek verkoeling tegen het koude raam, binnen is het warm. Eerst mijn voorhoofd, dan mijn wangen. Mijn bril beslaat.
Er waren twee stemmen nadat ik mijn ogen gesloten had. Ik herkende ze niet. Ik dacht aan vroeger, de dag dat mijn beste vriendinnetje Renee en ik een tent hadden gebouwd van al het beddengoed in mijn oma’s huis. Oma was niet boos, we kregen ijs.
‘Ik denk niet dat ze ons kan horen.’
Toen ik Hanna net leerde kennen zei ze me constant lachend niet verliefd op haar te worden. Maar ik was al verliefd toen ik haar voor het eerst zag in een cafe in Utrecht; breed grijnzend in mijn richting, terwijl ze haar verhalen voordroeg aan de andere mensen in de ruimte - ik was allang gestopt met luisteren. Toen ze me eenentwintig dagen later zei dat ze ook verliefd op mij was, voegde ze daaraan toe dat jezelf in slaap huilen ook bij de liefde hoort. Zo was Hanna, vol tegenstrijdigheden, soms geloofde ze niet wat ze me zelf een uur eerder verteld had.
Zo was er de dag dat we besloten te kamperen. Enthousiast vertelde ze me over de tent die op de zolder van haar ouders lag. Ik trok de houten zoldertrap naar beneden aan het touwtje waarvan ze me ooit verteld had dat ze het als kind gevlochten had, je kon de kleuren geel en oranje nog net onderscheiden onder het bruin wat alle handen door de jaren heen hadden achtergelaten. Toen ik de trap op wilde gaan zei ze me hem terug te duwen, we konden die nacht wel in de auto slapen, een tent was niet nodig. Ik haalde mijn schouders op, duwde de trap terug, en pakte de deken waar ze altijd onder sliep van de bank.
Vijf uur later stopte ik de auto ergens in Frankrijk. Ik had niet begrepen waarom ze zo ineens naar Frankrijk wilde. Hanna plande dingen liever uit, wilde er zeker van zijn dat ze alles zag van de plek waar ze heen zou gaan. Bovendien was het de plek waar haar vader heen was gegaan nadat hij van haar moeder was gescheiden. Hanna haatte Frankrijk.
Hanna zei nooit ‘ik ben verdrietig’, maar altijd 'ik heb pijn’, want zo was het ook, ze voelde verdriet met elke vezel van haar zijn, het deed haar lichamelijk pijn. Toen ik haar die nacht in de auto vroeg of ze pijn had, nadat ik haar tranen op mijn buik voelde vallen, en ze antwoordde met 'ik wil gewoon niet dat je gaat’, wist ik dat het tijd was om te vertrekken. In Frankrijk mocht alles wat slecht was gebeuren, daar was niks tegenstrijdigs aan.
Hoe weet je dat zo zeker? Jasmijn voelt als een naam voor lieve meisjes, zo voel ik me vaak niet.
Ik vind zelfs je knieën mooi.
Jeetje.

